Kwartsiet wordt vandaag weer ingevoerd, maar ook in België werd kwartsiet en graniet gewonnen. In eigen streek en zelfs in eigen stad werd het ontgonnen. De kwaliteit van de Hagelandse rode kwartsiet was wel gekend tot ver buiten de streek. Kwartsiet is in feite zoals de naam het ook zegt, aaneengeklit kwarts. Die kwartskorrels zijn onder immense druk aan elkaar gaan kleven en zo werd de steenlaag zelfs waterondoorlatend.

Amper een eeuw geleden was er dagbouw van kwartsiet in de streek rond Tienen. Vindplaatsen van deze steenformaties zijn er overal, in boerderijen en kerken, als muren, als bestrating. De oudste kerken boden ook bescherming in de woelige tijden en moesten dus tegen een stootje kunnen.  Ze hebben zelfs schietgaten, kan je nagaan. Stenen getuigen van de noeste arbeid die erbij hoorde, zijn er ondermeer in Goetsenhoven, Oplinter, Groot-Overlaar Tienen, maar ook in in Wommersom (Linter), in Hoksem (Hoegaarden) en in Rommersom (Hoegaarden).

Kleine boeren deden zelfs privé-ontginningen via met de spade zelfgegraven mangaten, want bij het bewerken van hun velden stootten ze soms op zo’n laag. Zulke mangaten waren er ook voor het ontginnen van Gobertange kalksteen. Die gaten konden wel erg diep zijn er indien niet voldoende gestut, was er zelfs instortingsgevaar. Zo verdienden die boeren nog wat bij met het oogsten en bewerken van de stenen. De mijnen van Rommersom werden wel dichtgegooid met zand en dit gebeurde bij de aanleg van de E40. Op ééntje na. Die laatste kan je nog bezoeken op eigen risico als je het talud beklimt.

Het is ook niet moeilijk al het bovenstaande te staven want de roodbruine zware kasseien kan je hier en daar nog terugvinden in de binnenstad (Grote Markt, Wolmarkt, Veemarkt…). Ze zijn eeuwenoud en ze kunnen makkelijk nog eeuwen mee. Ze geven zelfs kleur aan de straten. Voor buitenlandse toeristen zijn ze alleszins een opvallend gegeven in onze binnenstad. Er is overigens ook grijze kwartsiet. In enkele oude huizen van de binnenstad vind je nog muren van grijze kwartsiet. Zo is er in de Spiegelstraat in een klein huisje nog een blote kwartsietmuur te bewonderen. En de oudste kwartsietmuur in deze streek vind je in het middenstuk van de Sint-Lambertuskerk van Groot-Overlaar (overigens één van de oudste kerkjes in ons land). Deze is zeer willekeurig gestapeld, met kleine en grote stenen en brokstukken. Dat maakt hem zo mooi.

De grote puddingstenen met hun typerende gegolfde of gebobbeld oppervlak (= het bovenste van de verharde laag) zijn in feite ook grote kwartsietblokken. Je ziet ze hier en daar in voortuinen liggen als sierstenen. Van deze steensoort werden ook menhirs gemaakt, want ze hebben de capaciteit om zich energetisch op te laden op een electro-magnetisch veld en dit vervolgens ook uit te stralen naar de omgeving.

Kwartsiet is een sedimentair gesteente waarin het cement (siliciumoxyde) zich door metamorfose rond de primitieve kwartskorrels opnieuw gekristalliseerd heeft. Het bevat geen kalksteen en is dus ook niet poreus of waterdoorlatend. Het gesteente heeft een blauwachtige, soms roodbruine tot violetachtige kleur. In de mate waarin de metamorfose volledig heeft ingewerkt, heeft deze bouwstof een druksterkte van meer dan 2.500 kg/cm2. Zeer dens aldus. De Tiense kwartsiet is net iets fijner van structuur en daardoor toch makkelijker te bewerken. Het werd ooit nog gebruikt voor het vervaardigen van maalstenen, harpoenen en pijlpunten, en later dus als superstevig bouwmateriaal.

Weer een rijkdom uit eigen streek waarvan we ons niet meer bewust waren!

Auteur: Anne-Marijn Somers