“De sprankelwijn staat koud

Breng zelf het glas mee dat je vasthoudt

Een eigen baksel mag voor de knabbel

De rest zorgt vanzelf voor een babbel”

Dit sympathiek versje staat te lezen op de flyer die we in onze brievenbus terugvinden. Uitnodigende woorden waar je moeilijk aan kunt weerstaan. Het is alsof je wordt toegesproken door die ene buurvrouw die je al jaren kent: “Vanavond houden we een feestje. Jij komt toch ook? Dan kunnen we nog eens  bijpraten!” De belofte van gezelligheid is er alvast, gepaard gaande met de leuke naam, iets hoger in grote letters vermeld op de flyer : ‘Barbuur’.  Het is de naam van het kersverse, sinds de zomer van 2016 in het leven geroepen buurtinitiatief van de Vianderwijk in Tienen, uitgebreid met de ‘bloemetjesstraten’, de Hoveniersstraat en de Rode Kruislaan. En dat treft: want dit is de Tiense wijk waar wij (“wij” = mijn vriendin en ik) ons sinds een kleine drie jaar genesteld hebben, en voor Tienenaren als wij (het soort dat nog groen achter de oren ziet) vormen buurtinitiatieven als deze een welkome manier om ingeburgerd te raken.

Onze eerste keer Barbuur – afgelopen juli in de Vianderwijk – is namelijk een uitstekend ontgroeningsritueel gebleken. Bij aankomst waren er alleen maar nieuwe gezichten voor ons, maar toch werden we vrijwel meteen aangesproken en bij de groep betrokken. Een aangename zomeravond waar we meteen wat nieuwe kennissen aan overhielden. Een tweede Barbuur konden we dan ook niet aan ons voorbij laten gaan, des te meer omdat het deze keer gewoonweg in de eigen straat te doen was! Jawel, de bar van Barbuur trekt rond in de wijk, en ook dat maakt deel uit van het hele concept: dankzij Barbuur leer je niet alleen je buren beter kennen, maar ook de wijkomgeving. Het comité achter Barbuur is enkel actief in de zomermaanden, maar zal de bar op die tijd maar liefst drie keer opstellen, telkens op een andere locatie. Het geeft een extra facet aan het initiatief, dat daardoor niet zomaar het karakter van een buurtfeest heeft (dat zich meestal beperkt tot een straat of twee, drie) maar eerder het bewonderenswaardige doel lijkt te hebben om de hele wijk te willen verenigen.

Deze keer arriveren we bij valavond op het feestje (fashionably late, zou ik willen zeggen, maar in werkelijkheid ligt het gewoon aan het drukke leven van de werkmens die ook nog aan het verbouwen is) en zie: de gezichten zijn  niet langer allemaal onbekend. We worden verwelkomd door dezelfde kennissen die we met de vorige Barbuur hebben bijverdiend. Drankjes worden erbij gehaald, de gesprekken worden opgestart en er heerst meteen een gemoedelijke sfeer. Rondom ons zie ik kinderen spelen en wordt mijn aandacht getrokken door de manier waarop ze het geheel weer mooi hebben ingekleed: ik herken de letters ‘BARBUUR’ die prettig verlicht boven de bar prijken en merk hoe de bar net zoals vorige keer omgeven wordt door een wonderlijk geheel van versiering en kaarslichtjes dat in de takken van de bomen hangt. Samen met de avondschemering schept het een soort van feeëriek sfeertje, het soort waardoor je je graag laat betoveren. “The night is dark and full of terrors”, wordt in de TV serie ‘Game of Thrones’ wel eens onheilspellend gefluisterd. Hier alvast niet, denk ik dan.

 

Tegen het einde van de avond raken we ook nog even aan de praat met een paar van de mensen achter Barbuur. De sympathieke dame achter de toog leren we kennen als één van de “barbuurvrouwen” ,zoals ze blijkbaar bekend staan bij het bredere publiek. Zij vormen de drijvende kracht achter Barbuur. Volgens haar is het concept gekiemd uit de idee dat het sociale contact met de buren, het leren kennen van nieuwe mensen net op drempelverlagende wijze zou moeten kunnen verlopen. “Alsof je een bak bier, een frigobox en wat hapjes neemt en je dan met wat stoelen erbij in het park gaat zetten voor een gezellige picknick. Maar dan wel eentje waarop al je buren ook welkom zijn.”, zegt ze. Barbuur schijnt zich te willen presenteren als een gezellig samenzijn, met een ongedwongen karakter, waarbij de formaliteiten gerust achterwege gelaten mogen worden. En daar kunnen wij ons helemaal in vinden.

Auteur: Steven van Engeland

Foto’s: Bart Henseler

Facebookpagina Barbuur