Vijftien jaar geleden ging ik op paasmaandag met mijn oudste zoon (toen nog een kleuter) naar Hakendover. Het begon opeens heel hard te regenen en een devote Nederlander bood ons zijn grote paraplu aan. Hij troonde ons snel mee naar een gelegenheidscafé, want iedereen vluchtte weg en je moest toch nog een droog plekje kunnen bemachtigen. Dat lukte ons. Hij vroeg uit welke streek wij kwamen. ’Euh… wij zijn geen toeristen en ook geen bedevaarders’. ‘Nee?!’ vroeg hij verwonderd. ‘Nee, wij zijn van hier.’ ‘Echt waar? En jij kent de mooie parabel die door deze processie wordt uitgebeeld niet?!’ ‘Ai, neen.’

‘Shame on you dat jij jouw eigen, overigens heel erg leuke streekgeschiedenis niet kent. Onze hele bus kent ze namelijk wel.’, zo poneerde hij redelijk pedant. ‘Oké, beste Nederlander vertel het me dan, ik luister graag naar verhalen en het regent nu toch. Mijn zoontje en ik zijn samen één en al oor.’

….

Ik las in een studie dat er in Oost-Brabant 6 bronkapellen werden geteld, maar het zijn er veel meer. Het helpt natuurlijk dat de hele Velpe- en Getevallei in kwel- en bronnengebied ligt. In bosgebied herken je kwellen aan de grillig groeiende stammen. In weides vind je stille plassen en plantjes zoals pitrus en dotterbloem. De bronnenverering was in oorsprong ‘heidens of animistisch’. Op een bepaald moment was het verboden, maar zo snel roei je een oud gebruik niet uit. Dan maar assimileren, zo moet men hebben gedacht, en de godinnenverering omturnen naar christelijke heiligen. (Wikipedia: In 380 n.Chr. verklaarde de Romeinse keizer Theodosius I het christendom tot staatsreligie en in 391/392 n verbood hij alle heidense religies en hun rites).

Sint-Margarethakapel

Vaak zijn de heilige bronnen zo goed verborgen dat niemand nog weet heeft van hun bestaan. Neem nu de Sint-Jorisbron in Oorbeek, die ligt achter enkele huizen in de Sint-Jorisstraat. Joris is de soldaat-martelaar te paard die de draak versloeg. Hij is een noodhelper die aanroepen werd tegen dierenziektes. En ken je de bronkapel Terbeck met lindeboom aan het kasteel Hogemeyer in Kersbeek? Die bron lijkt nu wel te zijn opgedroogd. De kapel is gewijd aan O.L.V. van de Roos. Zij heeft hoedende/zorgende handen die naar beneden wijzen. Of de Dellebron met kapel in Kortenaken en de mooie Sint-Margarethakapel in Sint-Margriete-Houtem. Margaretha van Antiochië was een dochter van een tempelpriester. Satan, als draak vermomd, at haar op. Toch bleef zij ongedeerd. Daarna werd ze helaas gemarteld door de Romeinen tot de dood erop volgde. Hetzelfde lot was de H. Catharina beschoren, alsook de H. Barbara. Deze drie martelaressen staan centraal tussen de veertien noodhelpers. Margaretha haar kapel ligt achter de parochiezaal en de put werd dicht gemetseld. Volgens mij was het dus ook een bronkapel want de veertien noodhelpers vond je vaak aan bij waterbronnen omdat het heilige water kon zalven of genezen.

Sint-Joris bronkapel

En ken je de Quirinusbron in Bunsbeek, die ligt langs de Tiensesteenweg maar het bordje en bronpad zijn verwaarloosd. Vaak werden bronnen gewijd aan een Germaanse of Keltische godheid (want die aanbaden de vijf natuurelementen, de ether is ook een element en onze voorouderen waren animistisch). Nadien werden de cultusplaatsen slim (of sluw) overgenomen voor de verering van erkende christelijke heiligen. Die Quirinus was dus geen Keltische godheid, maar een tribuun in het Romeins leger die zich bekeerde tot het christendom. Net daardoor stierf hij de marteldood want het christendom werd pas een paar eeuwen later door de krijgslustige Romeinen uitgeroepen tot staatsgodsdienst (Martelaars werden na hun dood ‘soms’ heilig verklaard.). Hij werd nadien aanbeden tegen pest, huidziekten en zweren. Dezelfde kwalen waarvoor men naar de H. Catharinabron in Zuurbemde op bedevaart kwam (H. Catharina was net zoals de H. Margaretha ook een noodhelper of heler.). Je vindt deze bron in een muur van een hoeve achter de dorpskerk. Het heilig water werd gebruikt om te drinken en je ermee ‘schoon’ te wassen. Een ziekte zag men destijds als iets onzuivers, zelfs als een uiterlijk teken van de bezoedeling/belaging van de (altijd) zuivere mensenziel.

Salvatorbon

De Salvatorbron van Hakendover werd in 1876 versierd met een stenen nis. Daarin staat het beeld van Salvator Mundi (= redder van de wereld). Redder, want hij is het die de wereld zegent en die het christusbewustzijn naar de aarde brengt. Net voor de bron lag een omheind achtkantig bekken met een speciale toegang en een licht hellende bodem. De achtvorm verwijst altijd naar oneindigheid of eeuwigheid (de oneindige cyclus van wedergeboorten) want in het vroege christendom spreekt men van pre-existentie. Of anders gesteld: ‘het is niet gedaan na dit leven en voor dit leven was er ook al leven’. Dit bekken verdween helaas bij de verbreding van de weg. Alles wijst erop dat het bestemd was om de bedevaarders te laten baden in het heilige water. Of dat hier ook echt een gebruik werd, weet men niet meer. De pest die onze streek teisterde, kan goed roet in het eten hebben gegooid.

Quirinusbron

Wie wel ooit gebruik maakte van de put, dat waren volgens een andere mooie legende de drie maagden of de drie gezusters. Die drie gezusters, waren dat niet weer die Catharina van Alexandrië, Barbara en Margaretha van Antiochië? Of waren dat voor de kerstening aldaar, de drie Keltische godinnen (priesteressen) die de ‘toegang’ naar de andere wereld via deze bron bewaakten? De drie godinnen die uiteindelijk in hun eigen offerput in Grimde levend werden begraven? Dus die Keltische godinnen moesten blijkbaar worden vervangen door christelijke heiligen want de patriarchale Roomse kerk assimileerde dat matriarchale geloof en eigende zich zulke cultusplekken toe, omdat ze het heidendom anders niet de baas konden. Was het omdat er dus geofferd werd door zulke priesteressen? Ook niet zo lief hé. En wat offerden ze zoal? Er waren ook steencirkels want één menhir zou te zien zijn op een oude gravure i.v.m. het Bostveld in Hakendover. Een andere menhir ligt vandaag nog achter de kerk van O.L.V. Ten Steen in Grimde. Hij is te zwaar om te worden opgericht, zegt de kapelbewaarder. De bron, de spikdoorn en de gewijde aarde zijn bewaarde cultusobjecten van Keltische of Germaanse oorsprong. Bedevaarders (vooral Nederlanders) nemen vandaag nog takjes van de spikdoorn, water van de Salvatorbron en gewijde aarde van het kerkhof mee als remedie tegen, of ter voorkoming van allerlei onheil.

Hymelinusbron

Bij zijn aankomst in Tienen vroeg een zekere Hymelinus (een geleerde uit Ierland die terugkwam van een bedevaart naar Rome) aan de pastoorsmeid die water kwam putten, ‘een slokske water’. Hoewel de pastoor haar had verboden het bronwater te gebruiken als drinkwater omdat de pest de streek kwelde, deed ze het toch (Wel raar eigenlijk, want je zou dan toch denken dat dit bronwater het enige zuivere water was in die tijd? Dus ik geef de meid gelijk.). Toen de pastoor later zelf om water vroeg, proefde hij pure wijn. Daarop is de pastoor de pelgrim terug gaan zoeken en heeft hij hem in de pastorij onderdak verschaft voor de nacht. De dag nadien lag de pelgrim helaas dood in zijn schuur, maar hij was opgebaard en al. Dàt beschouwde men als een wonder. Vandaar dat hij zijn naam mocht schenken aan de bron. Hymelinus werd aanbeden tegen kinderziektes en ziektes van het vee. De aarde rond zijn graf werd daarvoor zelfs met het veevoer vermengd. Op de zondag na 10 maart is zijn naamfeest en dan wordt er een boeteprocessie gehouden naar de Kattenbos in Vissenaken want daar tref je de Hymelinusbron.

Volgens een legende uit de 12de eeuw werd een eervol man vermoord aan de Haspoelbron in Tienen. Zijn lijk werd snel in de Haspoel geworpen. Een vrouw voorspelde destijds dat er uit de poel een tempel zou oprijzen, want zijn dwaallicht of dolende ziel werd nog gezien boven het moerasgebied. Omdat sinds die dag heel wat mirakels aan de poel werden toegeschreven, gaf Jan 1,  hertog van Brabant inderdaad de opdracht tot de bouw van een prachtige kerk, ter verering van deze vrouw en moeder Maria. Onze O.L.V. ten Poel is een prachtig staaltje Brabantse hooggotiek in Gobertangesteen geworden. Het is de trots van onze stad! De Haspoelbron voedde eigenlijk twee poelen en je kan die bron vandaag nog bewonderen achter de tralies beneden in de diepe Mariagrot bij deze kerk.

Grot O.L.V. Ten Poel

Voor zij die meer wensen te weten over volksdevotie: Bezoek het museum voor volksdevotie in de Germanuskerk van Miskom. Open elke derde zondag van de maand.

Auteur: Anne-Marijn Somers