Zomermorgen

 

Kwart over acht.

Het zomert in de stad.

De rokken van de meisjes worden korter naarmate de dagen lengen.

Ze dragen ultra korte shorts. Er zou een joelconcert zijn opgegaan moest men in lang vervlogen tijden dit als verplichte outfit in de gymles hebben ingevoerd.

Tieners zijn met gestrekte pas op weg naar de school. Al wandelend knabbelen sommigen aan hun ontbijt.  Anderen vormen een steeds aangroeiend praateilandje te midden het al drukke plein.

Iedereen loopt er luchtig bij. Jonge vrouwen met hoofddoek en lange kleren bewegen er zich religieus zedig tussendoor. De korte broek voor jongens is terug van weggeweest en heeft sinds enkele jaren weer gewoonterecht gekregen. Moeders en grotere zussen of broers  brengen kleuters veilig weg. De tijd dat ze braaf aan het handje liepen, ligt al even achter ons. Het valt op hoe gedisciplineerd de meesten het zebrapad gebruiken.µ

Fietsen is weer in. Je merkt hoe de ontblote kuiten een extra inspanning moeten leveren op de kasseien, een gedemodeerd overblijfsel van toen paarden met karren nog door onze straten dokkerden. Een moderne stad verdient beter. Uitgerust met een hesje en een helm maken de jongsten lustig trappend kennis met hun schooltraject. Begeleidsters waken als een beschermende klokhen over hun kroost. Een vader met bakfiets manifesteert zijn donkergroen gedachtengoed.

Bijna halfnegen.

De straat kolkt leeg als bij een stop die uit een wasbak wordt getrokken.  De rust keert weer. Een druk telefonerende en gesticulerende Congolese moeder slentert met haar kroost richting school. Ze voelt zich niet verplicht door de bel. ‘Jullie hebben een horloge en wij hebben tijd’ grapte eens een donkere intellectueel tegen mij. Je kunt je afvragen wie de slimste is.

Kwart voor negen.

De stad hervat haar dagelijkse sleur.

Tot half vier, dan leeft ze weer op.

Gui G. Nijs