Er zijn dagen dat ik eens gek doe, zo ergens tussen Pasen en Aswoensdag. Verstrooid liggen ze tussen de dagen waarop ik dan weer zonder gekte tracht verder te kruipen door dit leven dat vooral door werken wordt ingekleurd. Ze getuigen van de sterke maaginhoud en de hoge slaaptekorttolerantie die me de weg naar mijn volwassen leven vereenvoudigd hebben. En andere dingen die niet op papier thuishoren.

Of u nu uw zakgeld verbraste met het verhandelen van pokemonkaarten of eerder met het afdwingen van 5 minuten-roem na het verzetten van sloten bier, is volkomen zonder belang. Een ding staat vast: elkeen van ons is ooit jong geweest, en heeft met of zonder dwang ooit genoten of gebaald op een feest.

Een topper in deze categorie is de TD, die tijdens het volwassen leven gracieus vervangen wordt door zijn grote broer, de after work party. Meermaals is elk van beiden de dode hoek van de werkweek gebleken, het keerpunt waarop de grootst mogelijke ravage in zowel uw carrière als in uw al dan niet bestaande persoonlijke leven aangericht kan worden.

De idee is even simpel als geniaal: op een doordeweekse avond (bij voorkeur op een donderdag – het weekend lonkt, en er is het vooruitzicht om alle dronken taferelen daags nadien op het werk weg te moffelen onder thermossen koffie, zo niet te heroïseren, wedijverend over de houterigheid van elkaars ledematen) verzamelen overjaarse pubers zich voor georkestreerde gezelligheid van formaat. Iedere zichzelf respecterende boemelaar wordt geacht de festiviteiten bij te wonen, want, zo wil de legende, de after work party is de toegangspoort tot de persoonlijkheid achter de e-mailadressen waar we heelder dagen tegen staan te zaniken. Bonuspunten voor de durvers – de after work party in gezelschap van de patron in eigen persoon te overleven. Het sociale contract tussen werkgever en –nemer verliest immers prompt zijn houdbaarheidsdatum, zodra blijkt dat één van beide tijdens de middagpauze van de dag erna brakend in de lavabo van het toilet wordt aangetroffen.

Bedrijfspsychologen zullen me instemmend toeknikken wanneer ik beweer dat de driehoek ‘werken-ontspanning-slapen’ meestal gelimiteerd is door de keuze tot maximum twee van de voorgenoemde drie. Een dilemma dat trots zijn plaats heeft verdiend in de filosofische café-Canon. De mensheid kan als dusdanig in twee categorieën worden ingedeeld: zij die kiezen voor de gezonde, doch saaie werk-slaap variant en zij die kiezen voor “Work hard, play hard” – letterlijk “Werk hard, speel hard”. Het zou de titel kunnen wezen van een ongepubliceerd werk van Markies de Sade. Laat dat nu ongeveer het dogma van menig after work party-ganger zijn. U heeft de sfeer nu ongeveer wel te pakken, hoop ik.

Het betreft dus over het algemeen een magische avond, die door menig kwezelige apparatsjik of betreurenswaardige aide-de-cuisine dankbaar aangegrepen wordt als Doornroosje-fähige persoonlijkheidstwister.

Het betreft dus over het algemeen een magische avond, die door menig kwezelige apparatsjik of betreurenswaardige aide-de-cuisine dankbaar aangegrepen wordt als Doornroosje-fähige persoonlijkheidstwister. Een hoogdag voor verdoken casanova’s en nymfomanen aller leeftijden, zeg maar. Het zou niet de eerste en zeker niet de laatste keer zijn dat iemand die overdag zijn gezondheid zit te verbeuren achter een hels oplichtend peeseescherm, zijn tweede natuur ten volle de vrijheid gunt in gedaanten waar bedenkelijke uitdossingen en hoogst affronterende gespleten persoonlijkheden (die met reden van het daglicht worden onthouden) bij horen. Spiderman, zo kunt u stellen, maar dan een beetje treuriger, of griezeliger zelfs.

Alle morele en categorische imperatieven ten spijt, torste ik me afgelopen woensdagavond alsnog in het keurslijf van de keurige pennenlikker die stond te popelen voor een ongedwongen avondje vol baldadigheden in een prachtige setting en een zo mogelijk nog beter gezelschap. After work party van het Vianderdomein, u heeft een extra bezoeker te gast. Vooringenomenheden zijn er immers om, zoals het woord zelf suggereert, voortijdig en per definitie inwendig beleefd te worden. Nadien herdefinieert het zich vooral in napret (gniffel). Deze cyclus indachtig probeerde ik zo goed en zo kwaad als het kon, de determinatie van de avond te ondergaan.

Vissers zijn, mijns inziens, steeds zeer verheven wezens gebleken. Ze dirigeren de stilte rondom de vijvers, beslissen over leven en dood. Kijven, waar nodig op lieden die deze grondbeginselen van vissenliefde aan hun laars lappen. Om kort te gaan: de moderne Neptunussen, zich ontpoppend tot wraakdragende wezens, in basisschooltermen ‘kruidje-roer-me-nietjes’. Dat uitgerekend deze groep van edele hengelminnaars hun stamcafé aan het Vianderdomein voor één avond ten dienste stelden voor al wat hen van nature tegen de haren indruist: lawaai, vertier, drank, weetpaffende jongeren en meer van dat aardigs, valt enkel te bewonderen.

Pardoes door speeltuigen en vogels en Tienenaren van allerhande pluimage baande ik me een weg richting rode loper – want die was er inderdaad, fier uitgestrekt over het pad voor de taverne waar ik me later zou laven aan dingen die ik normaal gesproken niet op een donderdagavond naar binnen zou sluizen.

Intreden in stijl heet dat.

Dat ook studenten en ander niet-werkend tuig het gezelschap kwamen vervoegen, mocht absoluut niet deren, integendeel. Ze bleken een welkome afwisseling te midden van de proleten die van 9 tot 5 hadden zitten stinken achter hun bureau / in hun auto / op hun bouwwerf. Tegen alle verwachtingen in viel er nergens een ziel te bekennen die de vochtigheid van de vijver wenste te beproeven. Meerminnen zijn schaars in mei, de droevige aanblik van de lege vijver loog er niet om.

Mijn vakkundig oor bespeurde een mixstijl en platenkunde die me eerder enkel van Radio Tienen bekend was. Een openbaring om die (vermoedelijke) Disc Jockey in kwestie in levenden lijve aan het werk te zien. Vergeet-me-nietjes van onze Germaanse buren werden vlot meegescandeerd (David Hasselhoffs Du-u-uuuuuu en Marianne Rosenbergs Ich bin wie du-uuuuu) afgelost door teenkrullende Franse bruiloftsklassiekers (Le Lac du Connemara, sans faute). Inderdaad, ingeleid door servetten. Een sfeervol hoogtepunt in de geschiedenis van het Vianderdomein. Ik besefte dat ik vredig zou kunnen sterven nu, en glimlachte van zielsgeluk.

De after work party van het Vianderdomein bracht duidelijk het beste in elk van ons naar boven. Taferelen die ik me sinds mijn laatste X-Mos fuif jaren geleden trachtte te verdringen – openbare binnensmondse inter-connectie nog tot één van de mildere in situ werken gerekend- werden nu moeiteloos en in stijl door de 20-jaar oudere tegenpolen gekopieerd. Net zo goed bleef mijn blik gelijmd aan het ‘Ik voel me sexy als ik dans’-lijf van de 60-jarige gezette krullenbol die met zijn vormen de hartslag van de dansvloer controleerde. En sexy was hij zeker, voor de volle x-aantal kilo.

Uw dienares offerde zich tot 3u30 op en verkoos dan de dansvloer in te ruilen voor de bedstede, een keuze die daags nadien in de Hemelvaartviering van 10u30 niet betreurd zou worden. Op naar dat volgende moment van intense tevredenheid.

Auteur: Nele Sterkendries (Kunstroute Tienen)