“Indian summer is a period of unseasonably warm, dry weather that sometimes occurs in autumn in the Northern Hemisphere.”, zo vertelt Wikipedia. Het zalige, zonnige weekend van 23 en 24 september in Tienen, viel zeker onder die definitie. Daarnaast is ook de metaforische waarde van die Indian Summer u vast niet ontgaan. “De Langste Eettafel” en het “Tirlemonde Wereldfeest” waren de ideale getuigen van de warmte die tussen de mensen van onze stad hangt.

“Jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon, allemaal samen aan tafel.”

De Reizigersstraat en Beggaardenstraat werden voor de gelegenheid opnieuw omgetoverd tot een gezellige buurt vol standjes, terrasjes, eetstalletjes en muziek, waar iedereen zich op slag leek thuis te voelen. Van de blues-jamsessies en doedelzakkenparade op zaterdag, tot de bezwerende wereldmuziek van zondag; je waande je even in een hippe buurt van een metropool. Op dat ene weekend kon je er alles beleven, van het beslaan van paardenhoeven tot het bekijken van kortfilms. Jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon, allemaal samen aan tafel, genietend van exotisch Afghaanse lekkernijen of heerlijke Tiense Tattepoemen. Het lijkt onmogelijk om hier die warme ongedwongen sfeer alle recht aan te doen die ze verdient.

De doelstellingen van beide evenementen lagen ook naadloos in elkaars verlengde. De initiatiefnemers delen hetzelfde waardepatroon dat opgebouwd is rond waarden als verbondenheid, delen, diversiteit, en solidariteit. De vele vrijwilligers tonen ons de nieuwe norm voor de eenentwintigste-eeuwse multiculturele stad. Daar doe ik mijn hoed nog eens voor af.

Gisteren kreeg ik bovendien onderstaand verslagje van onze medewerker Kim, die vrijdagavond even had halt gehouden in Pand 10. Het vertelt hetzelfde verhaal en lijkt getuige te zijn van datzelfde gevoel van verbondenheid en gezelligheid.

Kim: “Dat begin ik net zo leuk te vinden aan het warme Tienen. Letterlijk warm ook deze keer: warme soep tussen de polletjes geduwd krijgen door warme mensen waarvan ik de gezichten ondertussen ook begin te kennen, wanneer je Pand10 eigenlijk enkel binnenliep om vlug door te spurten naar de WC (sorry!). Een vermoeiende werkdag, een niet zo rollende trein(rit), en misschien een wijntje teveel op om die werkdag weg te spoelen alvorens die trein op te stappen, need I say more?

“Warme mensen waarvan ik de gezichten ondertussen ook begin te kennen.”

Blijkbaar was ondertussen de ‘Veggie Potluck slash Apero Friday slash Soepcafé’ van start gegaan, een allegaartje van leuke initiatieven die samen voor heel wat gezelligheid, leuke deuntjes en lekkere geurtjes zorgden. Met de soep in mijn handen (paprika-wortel-courgettesoup met een vleugje kokos en, yes please!, krokante broodstukjes) kreeg ik er gratis (voor de soep werd een vrije bijdrage gevraagd) een flashback naar mijn jeugd en de keuken van mijn mama bij, die na elke schooldag klaarstond met een ketel heerlijke verse soep. Dank u Soepcafé voor dat instant thuisgevoel!

Na de soep was ik helemaal opgefrist, of ja eerder opgeknapt, en startte ik mijn reporteractiviteiten. Ik spotte verder nog de Veggie Potluck met heel wat appetijtelijke gerechtjes (waar ik helaas niets van heb geproefd, aangezien manlief thuis wachtte met puree en stoofvlees), ik zag de mensen van Erm ’n Erm en  een DJ die in de hoek gezellige vibes op de aanwezigen afstuurde. De mozaïek werd aangevuld met de  barmannen-en vrouwen die ondertussen ook bekende gezichten zijn geworden en cocktails van Midnight Kitchen. Jessica Duesterberg-Chavez volgde de liefde naar België (eerst naar Brussel en dan naar Tienen) en lijkt ook heel wat liefde in haar cocktails en de namen van haar drankjes te steken (ik lees ‘Paloma Bloost’ en ‘La Délice des Soeurs Beelen’ op de kaart).

Gezien de wijn nog maar net verwerkt was, laat ik ook de cocktails aan mij voorbij gaan. Eens aan Philippe Liesenborghs vragen wanneer ik hem nog eens tegenkom hoe de ‘Paloma Bloost’ (met als ondertitel ‘het verlegen zusje van Margarita’: tequila, pompelmoessap, limoensap, frambozen, bruiswater) heeft gesmaakt. Ik fiets in ieder geval tevreden huiswaarts in mijn thuisstad Tienen.”

Het is inderdaad leuk wonen in Tienen. Er is zo veel te doen. De uitspraak “Zeg nu nog eens dat er in Tienen niets te doen is!”, heeft ondertussen al lang de oude verzuchting “Er is hier nooit iets te doen.” het zwijgen opgelegd.

“De tijd en de energie van vrijwilligers is beperkt en daarom ontzettend kostbaar.”

De gezichten die je tegenkomt op de vele evenementen zijn inderdaad wel telkens dezelfde en dat doet soms de twijfel rijzen: wie bereiken we eigenlijk met al deze prachtige initiatieven? Neem deze groep van 200 vrijwillig actieve Tienenaars weg en wat blijft er dan nog over? Lokale politici struikelen tegenwoordig nochtans over elkaar om zichzelf uit te roepen als de partij van de burger, en ze zorgen dat ze op elk evenement een lokaal biertje komen drinken, maar wie van hen durft te pretenderen de politieke ruggengraat te zijn van deze burgerbeweging? Het zou van een niet onmiskenbaar cynisme getuigen om op de rug van deze Tiense renaissance politiek garen trachten te spinnen. Het volstaat niet om als stad ‘toelating’ te geven voor deze activiteiten en voor wat tafeltjes en stoelen te zorgen. De tijd en de energie van vrijwilligers is beperkt en daarom ontzettend kostbaar. Enkel toekijken en applaudisseren zal uiteindelijk tot ondervoeding leiden. De verkiezingen van volgend jaar hebben alvast een structureel programmapunt. Wie stapt er naar buiten met een begroting waarin de bestendiging van alles wat er nu in de stad gebeurt centraal staat?

In het Tiense stadslied van Luc Lambrecht, wordt zeer terecht gezongen:

Stad van zuur en zalig zoet
waar alles kan en niets moet
flaneren langs de veste
feestvieren als de beste
genieten op jouw pleinen
laat dit nooit of nooit verdwijnen

 

 

Auteurs: Kim Rutten & Alain Van Den Broecke

Foto’s: Kim Rutten & Alain Van Den Broecke