Reeds enige jaren is ons Tiense nachtegalennest in de ban van het aanstekelijke meezingfenomeen dat zich aan een razend tempo in alle Vlaamsche windstreken verspreid heeft: we zingen, en we doen dat graag onder de paraplu van een massa-evenement, hoe luider en hoe valser, hoe liever. Van onderschikt belang is de opdrachtgever van het gebeuren (Tienen zingt/Vlaanderen zingt, what’s in a name?), zolang de platenkeuze maar wordt gekleurd door een gezonde mix kitschy oorwurmen en gouwe ouwe tegelplakkers.

Vlaanderen zingt zonk neer op het eens drassige terrein van de Grote Markt in Tienen, en men zou het geweten hebben. De opwarming van dienst werd vakkundig ingevuld door een tros jonge snaken die bij elke deerne op de vlakte de hoop aanwakkerde op een terugkeer naar de moedertaalromantiek en het Vlaams chauvinisme uit de gouden dagen van Get Ready en aanverwanten.

Met een goed gecaste roedel podiumbeesten en al even charmante gastheer, marcheerden vervolgens alle dronken barden en welbesnaarde toonladderverkrachtsters uit de omtrek doorheen een meeslepende dans- en braspartij aan ballades van weleer en polonaises. Eunuchkreetjes eens in de zoveel tijd. Hoogtepunt vormde het welgekozen ‘Vonken en Vuur’ van Clouseau dat toepasselijk genoeg de stroomverbinding even naar adem deed snakken. Passie heeft zijn prijs en zo.

Lichtgevende potloodventers deden een vermetele poging naar het record ‘camelote verhandelen aan Delhaize prijzen’, maar konden dit niet tot verzilvering brengen. Het goud werd reeds aan u verloot, waarde Tienenaar, voor de carnavalprins die in elk van ons leeft en soms –nooit op afspraak- een visite maakt naar de realiteit. Op naar die volgende aanval van je-m’en-foutisme!

Auteur en foto’s: Nele Sterkendries