Heb je het al gehoord? Tienen heeft ein-de-lijk een eigen crossfit box. Half september opent District 10 officieel de deuren, vlak naast de Acro Bowling op de Leuvenselaan.

Goed nieuws voor zij die geen maand meer kunnen wachten: op de website kan je je nu al inschrijven voor een introles. Nele, Evy en Britt, drie TienenTroef ladies, waagden zich aan een sessie. En zagen af.

‘Back to our roots’

Crossfit is de jongste jaren explosief gegroeid in populariteit en aantal beoefenaars. Tijdens een training voer je functionele bewegingen uit, meestal in een hoog tempo. Met functioneel doelen we op bewegingen waarvoor de oermens gemaakt is: lopen, springen, duwen, trekken, tillen, klimmen en gooien. Je vindt dus geen traditionele fitnesstoestellen in een crossfit box. Verwacht je aan materialen als tractorbanden, touwen, ringen, kettlebells, gewichten en ‘bars’.

Wie, wat, hoe?

Klinkt heel stoer en doet een beetje denken aan Amerikaanse militaire trainingen die je soms in films ziet. Nochtans is crossfit geschikt voor iedereen. Of toch voor iedereen die gevarieerd en efficiënt wil trainen. Man, vrouw, jong, oud, getraind, botermelk.

Een training bestaat doorgaans uit volgende elementen:

  •       Een warming-up. Om die stramme spieren lekker los te maken;
  •       Een technisch gedeelte, waarbij de coach verschillende oefeningen aanleert. Voor een correcte uitvoering en om blessures te voorkomen is het belangrijk dat je houding goed zit;
  •       Een ‘workout of the day’, kortweg WOD. Die is iedere keer anders. Binnen een bepaalde tijd moet je zoveel mogelijk rondes van een reeks oefeningen afleggen. In crossfit jargon: AMRAP – ‘as many rounds as possible’. Soms moet je een set oefeningen zo snel mogelijk uitvoeren en een andere keer moet je je maximum opzoeken in één enkele oefening. Vaak worden oefeningen die je bij het technische gedeelte leerde erin verwerkt. De oefeningen in de workouts variëren van squatten, tot roeien, burpees, lopen en pull-ups.

Hoe hebben onze TienenTroevers het ervaren?

Iedereen draagt een goed verborgen trauma met zich mee, al is de ene al beter dan de andere om dit van daglicht te onthouden. Vandaag presenteer ik één van mijn persoonlijke toppenscheerders in deze reeks: de turnles.

Een korte schets schijnt hierbij op zijn plaats te zijn. Tot goebbelsiaans leedvermaak van al mijn in lengte beter bedeelde kameraadjes, werd de turnles gedurende de tijdspanne van mijn 6de tot 17de levensjaar gedomineerd door een denkbeeldige scalaire lijn die zich uitstrekte over de gehele lengte van de turnzaal. De kleinste padden van de klas werden in de uiterste linkerhoek gedrumd, uitlopend naar de heilige middelmaat in het midden van de lijn en vervolgens uitmondend bij de langste slungel van de klas die de meest rechtse hoek van de zaal betrok. Wit T-shirt, blauwe broek, pantoffels waar je binnen één seizoen hielspoor voor het leven aan overhield. Probeer maar eens een sportbeha te vinden in een kleur die doorschijnende witheid kan trotseren (zei ik doorschijnende witheid? witte doorschijnendheid komt eerder in de buurt). Een bij voorbaat uitgemaakte strijd, in het voordeel van het quasi uit calqueerpapier vervaardigd textiel met zakvormige snit.

Vele hachelijke momenten van gillende bokkensprongen en daarop volgende bloedende melktanden op de turnmat later, besloot mijn 18-jarige mini-mij dat dit soort van zelfkastijding voorgoed tot de vergetelheid zou behoren. Maar zie: het onverhoopte blijkt toch een kans van levensvatbaarheid ingeblazen te krijgen. Mijn 25-jarige lijf onderwierp zich op een maandagavond in het belang van de Tiense Volksgezondheid aan een fysiek experiment waar ik 8 etmalen later nog steeds plezier van zou hebben: de introductieles crossfit van District 10.

Een hangaar omgevormd tot martelruimte, zegt u? Niets is minder waar. Bij aankomst op de parking beweeg ik me met de andere durfallen naar binnen, waar ons een hippe work-out ruimte wacht, met idem dito omkleedruimtes en bar met gezonde voor- en achterafjes. Weg barbaars turnleslokaal, want alles in deze ruimte ademt gecontroleerde zweetproductie uit. In de kleedkamers begroet een glimlachende Scandinavische dame me vanaf de poster waarop ze afgebeeld staat met een lijf dat de welgevulde matronefiguur ‘Helga’ ver weg onder de kast borstelt. Een foto waarbij elke vezel in mijn lichaam denkt: “Wat er nu ook op me af moge komen, als ik er op een dag maar zo honinglekker als die Vikingdame eruit zal zien, ben ik tot veel bereid”. Een ingesteldheid die nog van pas zou komen, zo bleek. Na wat zenuwachtig geschuifel aan de bar (een leger vrijwillige martelaren zat zich inmiddels op de picknicktafels voor de zaal te overpeinzen of dit toch wel zo een goed idee was), kondigt Gaël en zijn team het plan van de dag aan. Oefeningetjes hier, 6 minuutjes work-out daar, dat kon erger – aldus mijn vrouwelijk instinct dat sinds die dag NOOIT OFTE NIMMER meer geloofd zou worden.

We delen ons op. Doen wat berenpasjes, wat omgekeerde berenpasjes (“ademhalen, ademhalen, niet vergeten!”), speelse opwarmingsoefeningen die doen dromen naar de dagen waarin we allemaal dagenlang in onze sponsen broekjes Schipper-mag-ik-overvaren speelden. Maar nu dan met grote mensen. De toon is gezet, laat het grotere werk maar komen. De groep wordt opgedeeld, de ene werpt zich op squads en ballen waarvan ik vermoed dat ze initieel voor paardenpolo bedoeld waren; de andere op planking en ander frivools. Anders dan de droge turnleraars van weleer, blijven de snerpende fluitjes gelukkig achterwege en hebben we hier een jonge crew voor ons die meer dan professioneel bedreven zijn in wat ze doen. Mensen met een ziel, u weet wel, in tegenstelling tot de voormalige militairen die onze turnzalen bevolkten. En bedreven zijn ze zeker. Men onderschat hoe deugdzaam een zoetgevooisd “Komaan ladies, jullie zijn goed bezig” kan zijn. Een high five als beloning na de naar alle waarschijnlijkheid meest helse 6 minuten work-out die mijn lichaam zich kan herinneren, het is maar hoe je het bekijkt, maar het was zonder twijfel een fijne appreciatie. Een kleine traktatie voor alle deelnemers, en hop, het uur zit er alweer op.

Daags nadien bevind ik me in een, vreemd genoeg, aangename staat van ontbinding. Mijn ledematen kneden zich in de zetel naar een positie waarin ik noch mijn schouder, noch mijn heup uit de kom kan halen; zuchtend op de brandende billen en met als enig nog normaal functionerend lichaamsdeel mijn linkerneusvleugel. Zelfgezochte zelfkastijding? O jawel, maar zoveel beter dan dat. Duitsers zouden het smalend ‘Muskelkater’ noemen, en dat is precies wat het is: je lichaam heeft even een ‘hangover’ na een zot feest waarin het zich 20 jaar jonger voelde dan je paspoort doet vermoeden. Een welgemeende dankjewel aan Gaël, Nele en Filip!

Auteur: Nele Sterckendries

Wat er zo leuk is aan crossfit? Alles gebeurt in kleine groepjes onder het oog van een professionele coach, die je aanstuurt en bijstuurt waar nodig. Ondanks het feit dat je in groep traint, krijg je toch individuele aanwijzingen om de techniek goed uit te voeren. Als die ene oefening je echt niet lukt, zal de coach een alternatief voorstellen. Dat maakt dat werkelijk iedereen crossfit kan volgen. Je hoeft geen topatleet te zijn (geloof me, dat zijn wij ook niet).

De voordelen? Je wordt er sneller, sterker en fitter van. Je bouwt zowel kracht als conditie op. Je leert spiergroepen kennen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden. Maar bovenal kom je terecht in een hele fijne, gemotiveerde community. Een extra troef van District 10: ‘there’s a bar’! Geen baar om je aan op te trekken, wel één van de soort met drankjes en snacks.

De nadelen? Weinig, behalve dat je na je eerste sessies moeilijk op en van het wc raakt. Trappen raden we ook af. Auwch.

Auteur: Britt Sterckx

Samen met Britt en Nele ben ik de crossfit challenge aangegaan. Enkele jaren geleden volgde ik iets soortgelijks en ondertussen dans ik al 2 jaar. Ik heb dus wel wat conditie en kracht opgebouwd. Eitje, dacht ik …

18 tegenstanders, mannen en vrouwen, de ene al wat meer ‘in shape’ dan de andere. Ik voelde toch al wat nattigheid.

Een opwarming later was dat letterlijk het geval. Wat burpees, ‘bear crawls’ en ‘junk yard dogs’ waren al voldoende om me kapot te zweten en buiten adem te zijn. Ik stond te hijgen als een hond, liep al bijna zo lomp als een beer en gelukkig had ik geen grote maaltijd vóór deze work-out gegeten want mijn eten zou niet eens de kans gekregen hebben om te verteren.

Dan moest de techniek- en krachtoefening nog beginnen. Aangemoedigd door de trainers, sympathieke kerels overigens, en de medekandidaten die toch wat beter in vorm waren, deed ik er nog wat squats en ‘wallballshots’ bovenop. Het gemakkelijkste waren de planking, ‘ring rows’ en sit-ups. Dat doe ik immers wel vaker als opwarming bij het dansen of tijdens mijn pilates momentjes.

En helaas pindakaas … het was nog niet ten einde. De eigenlijke work-out moest zelfs nog beginnen. Moest dat echt? Als doorzettende TienenTroever haalde ik mijn tweede adem boven en probeerde ik zoveel mogelijk rondes te vervolledigen. Maar al die burpees, sit-ups, squats en bear crawls waren als doodgaan! Mijn benen waren al half verlamd, buikspieren waren verdwenen en mijn handen waren pijnlijk rood van het over de grond kruipen.  2 rondes en half, niet slecht vond ik zelf. Al was het een teleurstelling bij het horen van het aantal rondes van mijn medezweters die duidelijk over een betere conditie beschikten.

Ik heb goed gelachen (vooral met mezelf) en voelde de adrenaline enkele uren en een douche later nog steeds door mijn lichaam gieren.

De coaches corrigeren je houding zodat je de kans op blessures beperkt en je het optimale uit je oefeningen haalt. Zo heb ik me alleszins niet bezeerd, wat ik anders wel vaker doe.

Drie dagen later voel ik nog de inspanningen die ik geleverd heb. Al moet ik wel zeggen dat ik de afgelopen dagen als een oud bommaatje gewandeld heb en mijn medereizigers al eens vreemd opkeken als ik de trein afstapte. Maar ‘Komaan strakke billen en benen!’.

Reserveer zeker een introles (http://bit.ly/2vU4opM) om crossfit te leren kennen. Je zal er geen spijt van hebben (als je na enkele sessies meer conditie en kracht of gewichtsverlies opmerkt, want tijdens en vlak erna zal je jezelf gek verklaren).

1 goede tip: blijven ademen, blijven ademen, …

Auteur: Evy Ceusters