Het laat je op een heel andere manier naar de stad kijken. We speuren gevels af in elke straat op zoek naar huisnummer 10. Verrassend genoeg was de zoektocht in een heleboel straten in het centrum tevergeefs omdat ze helemaal geen nummer tien hebben. Maar onderaan de Gilainstraat prijkt de trotse tien op de gevel van een prachtig oud pand dat een zaak huisvest waarvan iedereen in Tienen waarschijnlijk de naam kent: Gilainstraat 10: Fotografie Leyssens.

Zaakvoerder Philippe Leyssens ontvangt ons hartelijk en maakt graag even tijd voor een babbel met TienenTroef.

Wat kan je ons vertellen over dit prachtige pand?

Onze familie is al sinds 1900 aanwezig in Tienen. Onze zaak bestaat al vijf generaties lang. Mijn vader was dus, net zoals zijn vader en ik nu, fotograaf van deze zaak. Dat maakt van mij een 100% Tienenaar: geboren en getogen, zoals men zegt. Hier opgegroeid en mijn hele schoolloopbaan gedaan. Het pand waarin de zaak nu al 20 jaar gevestigd is, is nog van mijn grootvader geweest. De zaak zat vroeger echter aan de andere zijde om de hoek, aan de Grote Markt. Het atelier van vroeger sluit aan op de achterzijde van dit pand. We wonen nu ook hier, boven de zaak. Het huis is wel beschermd maar niet geklasseerd. De oude portretten die hier in de zaak hangen, zijn van mijn overgrootouders Leyssens. De eerste generatie fotografen: Jean Leyssens begon als fotograaf, met hulp van zijn vader Philippe. Daarna kwam Jef, dan Eric en ik, Philippe, maak nu de cirkel rond. Ik heb zelf een dochter, maar het is nog even afwachten of zij de microbe ook te pakken zal krijgen.

Een familiezaak die zo verankerd zit in de geschiedenis van Tienen, die worden zeldzamer.

Zelfstandige zijn in Tienen is niet altijd even eenvoudig. Neem nu bijvoorbeeld Suikerrock. Een topevenement, dat Tienen elk jaar opnieuw op de kaart zet, maar ik ben wel telkens meer dan een week alle parkeerplaatsen en passage voor de winkel kwijt, omdat de Gilainstraat wordt afgezet. Alle wegenwerken die bijvoorbeeld op de ring bezig zijn, zijn ook niet meteen bevorderlijk voor de middenstand in het centrum. Het is een erg dubbel gegeven: er gebeuren heel veel activiteiten om de stad levendig te maken, maar de handelaars plukken daar niet steeds de vruchten van.

Ik kijk wel uit naar de nieuwe plannen voor de Grote Markt, en als er daar effectief parkeerplaatsen zouden verloren gaan, moet men maar investeren in een grotere parking met verschillende verdiepingen naast De Post. De invalswegen zijn nu allemaal eenrichtingsverkeer en leiden je weg uit het centrum, dus als een klant niet meteen parkeerplaats vindt, moet hij vaak een halfuur rondrijden vooraleer hij weer in de buurt is.

Gaat dat dan ook ten koste van de leefbaarheid hier in het centrum? Is er hier bijvoorbeeld nog een  buurtwerking?

Er is nog wel werk in Tienen. Neem bijvoorbeeld de vele leegstaande panden, daar moet iets mee  gebeuren. Maar als je dan de huurprijzen van sommige van die panden hoort, is het niet verwonderlijk dat men daarin niet investeert. De mentaliteit in de stad is nochtans aan het keren. Je merkt wel dat er hier en daar jonge ondernemers zijn die het wagen om een zaak te beginnen. Het heeft ook veel met de buurt te maken. Neem nu de Gilainstraat. Vroeger was er een jaarlijkse braderie, maar samen met het vertrek van vele grote zaken, is ook de braderie verdwenen. Lydia (van Frituur Lydia) organiseert soms nog wel eens een bescheiden straathappening, maar het buurtgevoel is wat verdwenen. Vorig jaar heeft men wel ‘Les Voisins Gilain’ georganiseerd, dat leek me een erg leuk initiatief, maar door omstandigheden ben ik zelf niet kunnen gaan.

Wat maakt wonen in Tienen dan toch de moeite waard?

Ik wil wel benadrukken dat ik erg graag in Tienen woon, hoor! Er hangt een nieuwe, jonge sfeer in de stad en er wordt veel georganiseerd. Je hebt hier alles dichtbij. Ik woon pal in het centrum maar ik heb evengoed een tuintje achter het huis waar ik rustig kan zitten. Een heleboel verenigingen zorgen samen met de stad dat er altijd wat te beleven valt. Kwixx draagt daarin ook steeds haar steentje bij. Naast Suikerrock hadden we dit jaar toch ook de Kerstmarkt met de schaatsbaan en de Lionsclub die voor het reuzenrad heeft gezorgd. Al dat volk brengt weer beweging in de stad. Ik kom graag op de Grote Markt, en ik ben benieuwd hoe de nieuwe markt er zal uitzien. De Veemarkt vind ik ook best gezellig.

Leent onze stad zich als decor voor fotografie?

Er zijn in onze stad niet veel fotografen meer over. We zijn een uitstervend ras. De komst van de digitale fototoestellen heeft van iedereen een zogenaamde fotograaf gemaakt. Je kan nu zoveel foto’s maken als je wil, foto’s zelf digitaal bijknippen, filtertje erover en huppakkee … klaar. Vroeger was kwaliteit veel belangrijker. Ik werk absoluut nog vaak met analoge toestellen. De hoofdreden waarom mensen nog naar een vakman gaan is om reportages te laten maken. Van de toevallige passage en wat pasfoto’s kan je tegenwoordig niet meer leven. Ook al brengt de politie nog altijd  ‘filmkes’ uit hun controlecamera’s binnen om te laten ontwikkelen. (lacht)

Tienen heeft best mooie decors voor reportages. Een site als de Paterskerk is daar een uitgelezen voorbeeld van, maar die is ondertussen al wel erg vaak gebruikt. Er is vooral veel mooie natuur net buiten de stad. De velden richting Oorbeek aan de Marollenkapel van Hauthem bijvoorbeeld, of in de omgeving van Vissenaken. Er zijn langs de Gete trouwens ook een paar erg mooie plekken.

En wat zijn jouw persoonlijke hotspots dan nog?

Mijn favoriete adresje in Tienen is waarschijnlijk de Italiaanse winkel, bij mijn vriend Giamba. Maar we gaan even graag hier op de markt langs in de Gambrinus, of in het Libanese restaurant van de buren hier. Ik kijk er ook al naar uit om eens langs te gaan bij Melchior.

 

Reporters: Alain Van Den Broecke en Kim Rutten

Foto’s: Alain Van Den Broecke