Roel Vanderstukken is de laatste tijd niet weg te branden van het scherm. Voor veel mensen is het misschien wel nog een verrassing om te lezen dat Roel een persoonlijke band heeft met onze stad. Naar aanleiding van het geplande optreden aan het reuzenrad op 15/04/2017 van zijn coverband de Corsari’s, sprak TienenTroef af met Roel.

Vertel eens Roel, hoe zit dat nu eigenlijk tussen jou en Tienen? Welke band heb je met onze stad?

Heel eenvoudig: ik ben geboren in het Heilig Hart ziekenhuis in Tienen, en in mijn eerste levensjaren woonde ik ook in de suikerstad, op de Goossensvest, nabij het vredegerecht. Mijn ouders zijn echter mensen van de boerenbuiten en konden niet wennen aan de drukte van de stad. Ik ben daarna wel nog naar school blijven gaan in Tienen en ik denk dat ik ze ongeveer allemaal gedaan heb …. (lacht).

Zelfs in mijn laatste jaar, in het College, is het nog even nipt geweest of ik had weer moeten veranderen, na een incident waarbij ik een open brief aan de schoolprefect, meneer Vanderlinden, liet publiceren in de schoolkrant “De Pomp”. Daar konden ze niet  helaas mee lachen en ik werd bijna van school gestuurd, maar de redacteur van de schoolkrant, meneer Verloes, heeft het toen voor mij opgenomen. Die laatste zei me nog op de diploma-uitreiking: “Roel, zorg jij er nu maar voor dat we van jou nog veel gaan horen.” Dat is wel gelukt denk ik.

En daarna koos je ook meteen voor een opleiding voor op de planken?

Later ben ik voor ‘dramatische kunsten’ in Brussel gegaan. Dat leek logisch omdat ik al vroeg in contact kwam met toneel, via mijn vader (nvdr. Wannes Vanderstukken) die nog samen met Jappe Claes het Tiense gezelschap “Theater Zien” heeft opgericht. Later heb ik met wat vrienden dat gezelschap nieuw leven ingeblazen. Zo heb ik ondertussen geleerd om toneel te spelen, regisseren en schrijven. Het acteren zelf bleek echter wel het meest mijn ding te zijn, en ik ben heel dankbaar dat ik nu kan zeggen dat ik van het acteren kan leven, iets wat ik zeer graag en met veel passie doe.

Maar je komt zaterdag niet naar Tienen om te toneel te spelen, wel voor die andere passie van je.

Mijn andere passie is inderdaad muziek spelen, in dit geval met de Corsari’s. We zijn daarmee beginnen touren in 2013 en spelen een set covers uit de jaren ’50 en ‘60. De echte hits van toen, die iedereen herkent. Het idee voor de Corsari’s  ontsproot eigenlijk op een trouwfeest waar de DJ in de vroege uurtjes teruggreep naar de hits uit jaren ’50 en ’60, en zo plots weer heel de zaal aan het dansen kreeg. Het viel me op dat het niet alleen de ‘oudjes’ waren die stonden te swingen op de dansvloer, ook de jonge mensen lieten zich door de muziek verleiden en zo stond heel de dansvloer vol. We spelen dus muziek uit die jaren maar met een eigen twist, je stapt m.a.w. in de teletijdmachine, maar we hebben er toch een hedendaags tempo in gestoken.

Met een naam als “De Corsari’s” maak je eigenlijk alweer een link met Tienen. Heb je die bewust daarom gekozen?

De naam Corsari’s sprak voor zich. Niet alleen is hij een persoonlijke held van me, maar met de verwijzing naar een televisiemonument als Tony Corsari, roep je eigenlijk die hele tijdsgeest weer op. De link met Tienen is voor mij heel duidelijk: als Tony niet in Tienen had gewoond, dan hadden we een andere naam gekozen.

Als Tony Corsari niet in Tienen had gewoond, dan hadden we een andere naam gekozen.

Dus optreden in Tienen is altijd een beetje thuiskomen?

Optreden in Tienen blijft inderdaad toch ook iets speciaal voor mij. Ik heb al twee keer op Suikerrock gespeeld en dat doet me eigenlijk veel meer dan grotere optredens elders. Het voelt dan toch wat als thuiskomen. Ik heb in de tijd van de VTM shows al optredens gedaan voor 30.000 man, maar als we hier in Tienen staan, heb ik altijd het gevoel van: “oké, nu moet het écht goed zijn!”

Kom je buiten dit soort evenement nog vaak in Tienen?

Af en toe ben ik nog wel eens te vinden in Tienen. Koffietje drinken bij “Ma Façon”, of even langs “Het Zwak Moment”, een lekkere steak eten in “De Gambrinus”, of lekker dineren bij “Giamba” of bij “Melchior”. Echt uitgaan, doe ik eigenlijk nergens meer. Als ik tegenwoordig wat tijd heb, spendeer ik die graag aan mijn kinderen. Er gebeurt zo veel in Tienen, het is nu afwachten of het publiek toehapt en of al die initiatieven ook een blijvend karakter krijgen. Dat bleek in het verleden dikwijls de grootste uitdaging.

Er gebeurt vanalles in Tienen, het is nu afwachten of het publiek toehapt en dat bleek in het verleden de grootste uitdaging.

Tijdens Suikerrock probeer ik nooit een vakantie te plannen. En er zijn ondertussen veel nieuwe initiatieven, lanceer er enkele goede en zorg vooral dat ze blijven bestaan.

Wat mist Tienen nog in jouw ogen? Hoe kan Tienen zichzelf nog meer op de kaart zetten?

Ik heb het gevoel dat we met de site van de Kazerne nog niet klaar zijn. Die plaats moet nog wat interactiever worden. De plaatsen in Tienen die er al zijn, moeten eerst aangepakt worden. De Grote Markt moet bijvoorbeeld commerciëler worden en beschermd worden tegen leegstand. De handelaars zouden best ook nog wat meer samenwerken, denk ik.

Ook dient er geïnvesteerd te worden in de tumuli in Tienen, daar ben ik trouwens vroeger nog ambassadeur van geweest. Het stadspark biedt nog veel potentieel, het Steentjesplein, de invalswegen, de Veemarkt… . Ik vind de heraanleg van de vesten bijvoorbeeld wel al een goede zaak, het ziet er mooier uit en ik denk dat het wel zal meevallen met de files.

Welke andere Tienenaars verdienen om wat meer aandacht te krijgen?

In mijn ogen doet Jo Foulon heel wat bijzonders voor Tienen. Hij brengt de stad wel op de juiste manier onder de aandacht. Hij denkt wat ruimer, is jong van geest en wil de stad meer betrekken in kunst. De grootste troef van Tienen is dat de stad nog niet te duur is, er zijn nog veel mogelijkheden om te investeren, als je het initiatief durft nemen: zorg dat je iets nieuws bijbrengt aan deze stad en laat de stad ook de nodige ondersteuning geven.

 

Interview: Alain Van Den Broecke en Kim Rutten

Fotograaf: Pandof Fotografie