Geachte niet-kerstkinderen,

U bent met velen, en dat siert u. De wereld hoort zo te zijn dat weinigen kunnen getuigen over de hellekrochten van het kerstkind-zijn. Mocht de wereldorde er ooit over beslissen om deze verhouding om te kantelen, dan kunnen we maar beter gelijk vrolijk Noord-Korea als nieuwe wereldautoriteit erkennen, stoute kinderen effectief in een aardedonkere zak naar Sub-Sahara-Afrika sturen of pakweg Maggie De Block tot Minister van Volksgezondheid benoemen… Was dat luidop?

De mensheid kan over de lengte van twaalf maanden, met een uitgesproken piekperiode in maand twaalf, grosso modo in twee helften opgedeeld worden: zij die de kerstperiode verachten en zij die door hun permanente ‘What’s this, what’s this, there’s color everywhere’ stemming, elkeen die hen omringt, in een onomkeerbare kerstagonie weten te brengen. Dat men beide delen van de bevolking sedert de intrede van de rood-groen manie nooit tot verzoening heeft weten te brengen, is van algemeen belang. Beide partijen zijn nodig om de andere in zijn schoonheid beter tot uiting te laten komen. Iets als in ‘stinkende kousen zijn nodig om pas gewassen kousen beter naar waarde te leren schatten’. Wat echter nooit had mogen gebeuren, is het legaliseren van geboortes op kerstdagen. Deze regel werd grofweg 2017 jaar geleden voor het eerst overtreden en werd in de loop der jaren enkel tot in den boze verder met de voeten getreden. De lijst bekende kerstkinderen groeit elk jaar gestaag verder, maar evolueert duidelijk kwalitatief afzwakkend volgens de contouren van de kerstboom. Moge het volgende verhelderende woord de zwakkeren van geest hier tot leidraad zijn. Bovenin de top vinden we de Heer ‘Zal Bij U Zijn’ Christus, gevolgd door ‘Pientere Pruikenlover’ Isaac Newton, in wiens schaduw we wederom ‘Behaaglijke bh-loze Babe’ Annie Lennox vinden, aangesloten door ‘Dubieus Dralende’ Dido en, finaal, ‘Nietsvermoedende Nitwit’ Nele Sterkendries. We hebben het laatste brokje mensenvlees in deze lijst duidelijk nog niet gezien, en ook dit jaar kunnen we maar beter ons hart vasthouden voor al dat schreiend kerstkindgebroed dat op het punt staat hetzelfde lot te ondergaan.

De groeipijnen van het Messiasschap van allen die op 24 of 25 december het levenslicht aanschouwden (26 decemberlingen trachten steeds mee te drijven op de golven van ons ongeluk, maar zijn in werkelijkheid niet meer dan een bende overdrijvers die graag met de noodlotpluimen van een ander gaan lopen) spreiden zich uit over een volledig mensenleven, en vallen slechts te verzachten met een alternatief verjaardagsfeest op een willekeurige andere dag in het jaar. Er zijn wat dit betreft verschillende trends, gaande van het vieren van halve verjaardagen (6 maanden na datum), kwartverjaardagen (3 maanden na datum) etc., tot het uitspreiden of beter gezegd ‘opdelen’ van de verjaringsglorie over elke dag van het jaar. Wat niet wegneemt dat men voor immer en altijd gedoemd is zijn ‘glorie voor één dag’ steeds voor verloren te beschouwen, meer nog, later in zijn leven zo mogelijk een complex op te bouwen omdat men nooit de waarde heeft leren kennen van het baden in de schijnwerpers op je eigen godvergeten verjaardag.

Er zijn momenten waarop men zich kan troosten met de gedachte dat men als kerstkind nooit of te nimmer een verlofdag moet inzetten om het persoonlijke aftakelingsproces te vieren, maar kijk, daar flipperen mijn wimpers en weg is deze kortstondige vreugde. Bijtend als rottend tandvlees is het harde besef wanneer men tot de vaststelling komt dat men dan wel een dag vrij ter beschikking heeft, maar deze tot vervelens toe steeds op exact dezelfde wijze dient te vieren met dezelfde mensen, dezelfde kleuren, hetzelfde kostje, dezelfde etsende muziek en dezelfde hoornvliesbeschadigende films. En een ongeluk komt wat dit betreft zelden alleen: ook de media, wat zeg ik, het universum tout court, kent geen genade voor kerstkinderen. Wie ook maar de illusie durft te koesteren dat hij of zij wel erg bijzonder moet zijn en zichzelf dankbaarheid moet inspreken voor het gevoel voor timing dat zijn of haar moeder aan de dag legde toen ze, op die bittere kerstdag, eens, lang geleden, haar persvermogen ten beste gaf op de kraamafdeling; welnu, die onnozelaar kan maar beter de schillen voor zijn ogen dadelijk opbergen zodra één van die kerstcommercials bij alle lammetjes op deze planeet inprent, dat geld moet rollen, dat commerce het enige is wat ons vooruit helpen zal, en dat geen Messias ter wereld zich de arrogantie in het hoofd moet halen om ons op hardvochtig kapitalisme gesteunde overlevingszin in een andere richting te kunnen laten waaien. Dat is kerstvreugde, of nu ja, de droom die we elk jaar met zijn allen stijf van de manipulatie tot vervulling laten komen. Geen mens die dat spelletje beter doorziet en meespeelt dan het gremielende kerstkind, dat van jongsafaan al de droom wist te doorprikken waar velen tot diep in het bejaardentehuis nog halsstarrig in wensen te geloven.

Kerstkinderen zijn de aartsengelen van het sparrenboomseizoen: elkeen schijnt hen een haast heilig aura toe te dichten, hun ogenschijnlijk welgeplande ter-aarde-brenging in het verlengde leggend met een vermeende magische persoonlijkheid. Welnu, waarde stervelingen, ik zal u bij deze een waarheid uit de doeken doen, die u zal doen sidderen op de grondvesten van uw aandoenlijke naïviteit. Wij kerstkinderen zijn sterfelijker dan wie ook, brutaler, hooghartiger zelfs, de meest onderschatte duivelsoort die u omringt. Van elke tegenstander van het kerstgebeuren is het kerstkind de meest boosaardige van iedereen: hij schuift net als elkeen die hem omringt, aan de feestdis aan (die niet ter ere zijner verjaardag is opgezet); glimlacht alsof zijn leven ervan afhangt een godganse 48 uur lang zijn kaken tot appelmoes; verwelkomt alle platgewalste kerstkind-begroetingen type ‘heb je al dubbele cadeautjes gehad’ (meestal uitgebraakt door zij die het wagen met lege handen of à la limite met maximaal één geschenk je sympathie trachten af te dwingen) met een ‘hahahahaha’ doorweven van opgeklopte luchtigheid; slikt zijn eer in wanneer men met zijn allen zat lalt dat je nu wel mag trakteren omdat je jarig bent; brengt hulde aan de ‘laten we The Sound of Music/Home Alone/(vul druiperige kerstfilm naar keuze in) kijken-traditie’.

Als oogappel van het noodlot, is het kerstkind eeuwig gedoemd om zijn verjaardag in familiekring door te brengen. Alle oprecht geacteerde familievreugde ten spijt, is er geen enkele ziel te bekennen die kan verwerpen dat familiefeesten een gouden recept zijn voor drama, achterklap en gêne. Wie kijkt er bovendien niet naar uit om zijn eigen persoonlijke ‘Hoogdag’ te vieren met een bende volstrekte vreemden die slechts eens per jaar collectief eraan herinnerd worden, dat er een sluimer van gemeenschappelijk bloed door hunner aders stroomt? Genieten is het, waarlijk, dankzij die geknutselde liefde en vriendschap op basis van aperitief, veenbessensaus en dame blanche, gedijend in diarreeverwekkende, oeverloze gesprekken gespeend van voedingsbodem of onderwerp – heee tof u te zien, zo en hoe is het in de liefde, en op het werk, woont gij nog altijd hier, ja ja, zo is het, hmm, allez, ’t is nogal iets hé, jaja, hmm, en voor de rest, gij ook, ja straf he, gho ja ’t is nogal een jaar geweest, verdekke het gaat snel, ge wordt oud, jaja, goed eten dat wel, hmmm, nogal koud geweest he de laatste dagen, jaja, allez we zijn ne keer weg, tot de volgende zitting, jaja, hmmm, kots, braak.

Welke jarige kent bovendien de deugd van een maatschappelijk crescendo naar zijn verjaardag toe, ondersteund door chocoladekalenders die je gezicht in *slechts* 24 dagen tijd in een mijnenveld van pukkels toveren zodat je, ter glorie jouwer smoelwerk, gegarandeerd op prachtige te retoucheren verjaardagskliekjes mag rekenen. En nu we het toch over de documenteerbaarheid van je verjaardag hebben: afgrijselijke outfits in ofwel blingbling of foute kersttruien zijn dermate gestandaardiseerd, dat elk gepubliceerd beeld per definitie een momentopname van uitgepuurde Schaamte zal worden.

Bijtend is bovendien de uitwisseling van cadeaus, zij het om middernacht of bij het voorbij fladderen van de eerste zonnestralen daags nadien. Geen enkele jarige ter wereld deelt op zijn verjaardag systematisch cadeautjes met anderen, of u moet al de gelukzak wezen die op Valentijn ter wereld kwam (maar ook hier heeft de jarige vanzelfsprekend de keuze om zijn egoïsme in ere te houden en enkel zichzelf in de watten te laten leggen). De vernedering, die elk kerstkind ondervindt bij het overhandigen van een cadeau aan iemand die niet op grond van geboorte geschenken mag ontvangen, terwijl men zelf, zoals eerder vermeld, slechts één en noooooooit twee in ontvangst mag nemen vermits de meerderheid het onderscheid tussen kerst- en verjaardagscadeau prompt schijnt te zijn vergeten, ongeveer elk jaar opnieuw; dit soort van vernederingen is zonder meer één van de meest onterende die men in de eerste wereld kent en nooit zal te boven komen. Therapieën zijn helaas nog niet ingericht op het moment dat deze overpeinzingen schriftelijk werden vastgelegd.

Tot slot dient het kerstkind van de 21ste eeuw zich te verzoenen met het onvergefelijke ‘I was born on Christmas Day’ van eendagsvlieg Saint Etienne, om begrijpelijke redenen sinds 1993 niet meer algemeen geaccepteerd als kersthit. Waar Mariah Carey en George Michael tenminste nog respectvol de toon aanhouden en instant overal ter wereld voor kerstironie en soms zelfs voor memorabel personeelsfeestembarassement zorgen, daar weet Saint Etienne de perfecte home goal te scoren en vermoddert hij de smart van het kerstkind-zijn zo mogelijk nog meer, zodat elk van bovengenoemde schimmels op onze ziel terstond verbleken. Mijn maretakwens dit jaar is volledig gewijd aan het uitroeien van elk beeld- en geluidsmateriaal dat getuigt van deze zeezieke zondaarszang.

Mag hierbij zeker niet ontbreken: aan iedereen, kerstkind of alledagsvlieg, een heerlijke kersttijd en een voortreffelijk 2018 toegewenst vanuit de bodem van mijn aartsengelenziel. En mocht u het genoegen hebben dit jaar een kerstkind op diens verjaardag te treffen, gelieve dan 5 minuten begrip te tonen en houd alle overbodige rimram binnensborst.

Hartelijk,

Nele Sterkendries (°25 december 1991)