Hij had zich moeizaam omhoog geduwd met een hand op de wastafel. In zijn andere hand hield hij de weggesprongen teennagels vast, die hij haastig bij elkaar had gezocht. Je weet namelijk nooit of ze ook de badkamer zou willen bezoeken. Zijn magere oude lijf was zijn vorm kwijt. Hij had flink zijn tanden gepoetst, had zijn haar met brillantine glad naar achteren gekamd en keurig alle wildgroei uit zijn neus en oren bijgetrimd. Het was een ritueel dat hij al jaren achter zich had gelaten. Maar vandaag was bijzonder.

Met trillende vingers nam hij de ruitvormige blauwe pil in zijn hand en legde haar behoedzaam op zijn tong. Er was geen weg terug. Met een flinke slok water spoelde hij de wonderpil naar binnen. Hij bekeek zijn naakte lichaam opnieuw en gaf een speelse aanmoedigende tik tegen zijn bejaarde geslacht.

Nog tien minuten. Desiré bekeek de woonkamer. Op de tafel lag een kleedje van Brugse kant, een doosje Mon Chéries, wat geld. Hij streek het kleedje nog eens mooi plat. De kant gleed onder zijn vingers. Straks zou ze hem ongetwijfeld aanmoedigen om langzaam zijn handen over haar verborgen boezem te laten glijden. Met zijn vingertoppen beroerde hij de stof. Hij wou nog één keer de aanraking van een vrouw voelen, de warmte van een vrouwenlichaam tegen zijn huid. Huidhonger.

De geur van de bloemen die hij voor haar had gekocht bereikte zijn getrimde neusgaten. Hij snoof het diep op: jasmijn. Een zoete geur die hij uit haar nek wou inademen. Hij zou zijn neus diep begraven in haar mooi gekrulde haren. Désiré gaf zich over aan zijn zintuigen, de ogen gesloten, het delicate kloswerk aan zijn vingertoppen, de zoete aroma’s van haar virtuele parfum.

Toen hij zijn ogen weer opende, keek hij recht in de zachte blik van Delphine. Althans, de blik waarmee ze hem elke ochtend vanop die mooie zwart-wit foto toelachte. “Ach, lieve Delphine, …” zuchtte Désiré, “… nu alweer 7 jaar geleden. Meiske toch.”

Delphine had hem alles geleerd. Toen ze als jonge veulens getrouwd waren, wist hij niets over hoe een man en een vrouw samen konden zijn. Delphine was vrijgevochten en gretig geweest en altijd gebleven. De eerste onhandige keren, stuurde Delphine zijn lijf als een ervaren dirigente. Zij was niet bang om van haar lichaam te genieten. Hij des te meer, zowel van het hare als het zijne. Zijn idee van avontuurlijk vrijen, was het licht aan laten. Haar idee van avontuur was om hem schokkend te laten klaarkomen in de voorraadkamer van feestzaal Concordia op de koffietafel na de begrafenis van tante Rudi.

Désiré zette de foto weer neer. Hij schikte even zijn duivenmelktrofeeën in een mooie rij. Ze zou snel begrijpen dat hij een succesvol man is en niet een of andere eenzame oude viezerd.

“Kom op, Dé”, moedigde hij zichzelf aan. Hij schikte de fruitschaal netjes in het midden van het kanten tafelkleed. Ongewild had hij gekozen voor een freudiaanse tuttifrutti waarbij een fallische banaan tussen de rondingen van de sinaasappels omhoog stak. Exotisch, mooi gerond, stevig… hij hield het fruit langer dan nodig in zijn handen. Terwijl hij daar als een doordeweekse marktkramer pompelmoezen stond af te wegen, werd hij ongerust over het gebrek aan beweging in zijn eigen banaan. Het was al een kwartiertje geleden dat hij het pilletje had genomen. De apotheker had gezegd dat het effect snel merkbaar zou zijn.

“Niet zenuwachtig worden, Dé!”. Hij besloot om in de zetel te wachten tot ze er was. Men had aan de telefoon gezegd dat het tijdstip misschien wat ongewoon was, zo zondag om 16u00, maar dat ze erg stipt zou zijn. In zijn linkerhand speelde hij met de flosh die aan de voorzijde van de armleuning was bevestigd. Hij liet het heen en weer rollen tussen zijn vingers en draaide de draadjes tussen zijn duim en wijsvinger. Zijn rechterhand gleed over de satijnen bekleding. Hij voelde zich zelfs ondeugend toen hij met zijn middenvinger tussen de kussens in gleed en de binnenzijde van de kussen beroerde. Zacht en glad … als ze toestemming zou geven zou hij tussen haar dijen op zoek gaan naar dat gevoel. Hij ervoer enige weerspannigheid, iets wat hij nooit had gevoeld bij Delphine. Met zijn linkerhand kneep hij zacht in zijn penis…. “Kom op,…” siste hij.

Betrapt trok hij snel zijn vingers uit de zachte greep van de nauwe spleet tussen de kussens, toen de bel ging. Sneller dan zijn gewrichten gewoon waren, stond hij recht. Ongerust. Die apotheker was een kwakzalver.

Désiré schuifelde naar de voordeur. Doorheen het glas zag hij het silhouet van een jonge vrouw. Ze leek haar blonde krullen op te schudden. Met de deurklink al in zijn hand, voelde hij nog even zijn geweten zuchten. Voorzichtig opende hij de deur.

 

Auteurs: Nele Sterkendries, Kim Rutten, Steven Van Engeland, Alain Van Den Broecke

Inzending TienenTroef voor schrijfwedstrijd Het Rode Oor.